De complexe geschiedenis van de zwarte elite tijdens de slavernij in Suriname

Het echtpaar Johannes Ellis en Maria Louisa de Hart, ca. 1845, ingekleurd met behulp van AI.

Op 1 juli wordt tijdens Keti Koti herdacht dat in 1863 de slavernij in Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen officieel werd afgeschaft. Vaak ontstaat daarbij het beeld van een samenleving die uitsluitend bestond uit witte plantagehouders en tot slaaf gemaakte Afrikanen. De werkelijkheid was echter complexer. Al vóór 1863 bestond in Suriname een vrije niet-blanke middenklasse van ambachtslieden, ondernemers en aan de top hoge ambtenaren. 

Tegelijkertijd werd de opbouw en welvaart van Suriname gedragen en gefinancierd door de arbeid van de tot slaaf gemaakten op de plantages. Hun gedwongen arbeid vormde de economische basis van de kolonie en maakte de groei van Paramaribo, de plantage-economie en ook de ontwikkeling van een vrije stedelijke bevolking mogelijk. 

Een vrije niet-blanke middenklasse 

In de bronnen uit die tijd werd er voor de vrije niet-blanke bevolking onderscheid gemaakt tussen:

  • Vrijgeborenen: Personen die als vrij mens ter wereld kwamen.
  • Kleurlingen: Personen van gemengde afkomst.
  • Vrije zwarten: Personen van volledig Afrikaanse afkomst.

De geschiedenis van deze vrije niet-blanke groep is diepgaand onderzocht door Ellen Neslo in haar boek Een ongekende elite. De opkomst van een gekleurde elite in koloniaal Suriname 1800–1863 (2016). Met de term "elite" doelt zij niet alleen op de gekleurde toplaag, zoals het echtpaar Johannes Ellis en Maria Louisa de Hart (foto), maar op de gehele vrije niet-blanke bevolking die erin slaagde een zelfstandig bestaan op te bouwen. Veel van deze mensen stonden nog maar één generatie van de slavernij af; sommigen waren zelf vrijgemaakt (manumissie), terwijl anderen ouders hadden die nog in slavernij leefden.

Terwijl deze stedelijke elite zich vooral in Paramaribo manifesteerde, woonde de meerderheid van de tot slaaf gemaakte bevolking op de plantages in de districten. Lees hier waarom het slavernijverleden nog altijd doorwerkt in het heden .

Gekleurde en zwarte slaveneigenaren

Een ongemakkelijk aspect van onze geschiedenis is dat een deel van deze groep hun inkomen verdiende binnen het slavernijsysteem waar ze uit voortkwamen. Zij werkten als opzichters of directeuren en waren soms zelfs deels of volledig eigenaar van plantages.

Bekende voorbeelden zijn Elisabeth Samson en Johannes Bartelink. Samson bezat plantages in een tijd van brute wreedheden, terwijl Bartelink in de nadagen van de slavernij carrière maakte als opzichter en directeur. Hoewel Bartelink beweerde dat de behandeling van tot slaaf gemaakten in zijn tijd verbeterde, bleef het onderliggende systeem onveranderd van kracht.

Dat ook mensen van kleur participeerden in dit systeem van onderdrukking, is een geschiedenis die tot op de dag van vandaag schuurt.

Bekijk hier de database met meer dan 260 namen →

Hoe zag Suriname eruit rond 1863?

Toen de slavernij op 1 juli 1863 werd afgeschaft, was dit ongeveer de bevolkingssamenstelling:

Bevolkingsgroep Status (1863) Geschat aantal Percentage
Tot slaaf gemaakten Onvrij (tot 1 juli) 34.000 55,7%
Vrije niet-blanken Vrij (burgers) 13.500 22,1%
Marrons Vrij (autonoom) 9.000 14,8%
Blanken (Europeanen) Vrij (elite/bestuur) 3.500 5,7%
Inheemsen Vrij (autonoom) 1.000 1,7%
TOTAAL 61.000 100%

Bron: schattingen gebaseerd op koloniale registers en historisch onderzoek (ca. 1863).

Gezichten van de vrije zwarte elite

Elisabeth Samson (1715–1771)

Elisabeth Samson was een zeer succesvolle zwarte zakenvrouw. Hoewel haar moeder in slavernij was geboren, kwam Elisabeth als vrijgeboren ter wereld. Ze groeide uit tot een van de rijkste inwoners van Suriname en bezat meerdere huizen en plantages.

Jacot van Imthurn (1763–1840)

Van Imthurn werd geboren in Afrika en leefde zelf in slavernij voordat hij werd vrijgemaakt. Hij werkte zich op tot ambachtsman en werd uiteindelijk eigenaar van een koffie- en cacaoplantage.

Adolf Frederik Gravenberch (1811–1906)

Gravenberch werd geboren als tot slaaf gemaakte op een plantage en ontwikkelde zich later tot de eerste zwarte arts van Suriname. Hij was 52 jaar oud op het moment van de afschaffing van de slavernij.

Maria Louisa de Hart (1826–1910)

Maria Louisa de Hart werd in slavernij geboren als dochter van een Joodse koopman/plantage-eigenaar en werd op jonge leeftijd vrijgekocht. Zij en haar man Johannes Ellis zijn vooral bekend van de oudst bekende foto van Suriname. De Hart was 38 jaar toen de slavernij werd afgeschaft.

Maria Louisa Elisabeth Vlier (1828–1908)

Maria Vlier, een kleurling, was onderwijzeres, oprichter van een meisjesschool en schrijfster. Zij kreeg onderwijs van de vrije zwarte onderwijzeres Johanna Christina Jonas. In 1861 schreef zij het eerste Surinaamse geschiedenisboek voor jongeren: Beknopte geschiedenis der kolonie Suriname (1863) . Hoewel Maria Vlier vrij geboren werd, was haar moeder geboren in slavernij.  Haar vader was de kleurling Nicolaas Gerrit Vlier (1801–1852), jurist, politiecommissaris, plantage-eigenaar én medeoprichter van theater Thalia. Maria Louisa Elisabeth Vlier was 35 jaar toen de slavernij werd afgeschaft.

Egbert Jacobus Bartelink (1833–1919)

Bartelink werd in slavernij geboren en klom op van opzichter tot plantagedirecteur en eigenaar. Hij legde zijn ervaringen vast in zijn memoires: Hoe de tijden veranderen. Hij was 30 jaar toen de slavernij werd afgeschaft.

Jan Ernst Matzeliger (1852–1889)

Matzeliger werd in slavernij geboren en emigreerde naar de Verenigde Staten. Daar verwierf hij wereldfaam met de uitvinding van een machine die de industriële productie van schoenen revolutioneerde. Hij was 9 jaar toen de slavernij werd afgeschaft.

Interview met Ellen Neslo

Schrijver van het boek Een ongekende elite
Nieuwer Ouder