Kwaku moet terugkomen. Daar lijkt inmiddels weinig discussie over. Maar achter die wens ligt een veel lastiger probleem: wie betaalt de rekening van een festival dat miljoenen kost, terwijl de gemeente niet zomaar een miljoen euro extra kan overmaken?
Op 22 september kwam er vanuit het Amsterdamse stadsbestuur opnieuw hoop. Wethouders Elise Moeskops en Araya Sumter zeggen vertrouwen te hebben in een terugkeer van Kwaku in 2027, in een nieuwe vorm. Kwaku wordt daarbij zelfs immaterieel erfgoed genoemd. De gemeente en de organisatie zijn met elkaar in gesprek. (at5.nl)
Maar vertrouwen is nog geen plan.
Wat weten we nu?
Een nieuwe Kwaku lijkt mogelijk, maar hoe die eruit moet zien is nog niet duidelijk. De huidige organisatie wil kijken naar een haalbare nieuwe opzet. Ook een nieuwe generatie of een andere organisatie zou het festival kunnen gaan dragen.
Dat betekent dat vrijwel alles opnieuw bekeken moet worden: de schaal, het aantal weekenden, de organisatie, de inkomsten en de kosten. Het gaat dus niet simpelweg om het opnieuw organiseren van hetzelfde festival.
En juist daar zit het grootste vraagstuk: geld.
Waarom kan Amsterdam niet gewoon een miljoen bijleggen?
Kwaku kostte in de huidige vorm ongeveer 4 miljoen euro. Het festival moest dat bedrag grotendeels zelf bij elkaar brengen, terwijl de entreeprijzen en deelname voor ondernemers relatief toegankelijk moesten blijven.
Het probleem was daardoor niet alleen een incidenteel tekort. De kosten van veiligheid, mobiliteit, schoonmaak, vergunningen en organisatie zijn structureel hoog. Extra subsidie kan helpen, maar maakt een structureel kwetsbaar verdienmodel niet automatisch gezond.
Bovendien kan de gemeente niet zomaar een miljoen euro uit de gemeentekas halen om een festivalbegroting sluitend te maken. Subsidies zijn gebonden aan regelingen, voorwaarden en beschikbare budgetten. De gemeente moet bovendien kunnen uitleggen waarom publiek geld hiervoor wordt ingezet en waarom een bepaald bedrag noodzakelijk en verantwoord is.
Een miljoen extra voor 2027 zou dus niet alleen betekenen dat een gat wordt gedicht. Het kan ook betekenen dat de gemeente een veel groter deel van het financiële risico van Kwaku gaat dragen.
De deadline is voorbij, maar het antwoord ontbreekt
Voor het Amsterdamse Evenementenfonds 2027 moest een aanvraag vóór 1 augustus 2026 worden ingediend. Die deadline is verstreken. Publiekelijk is nog geen subsidiebesluit over Kwaku 2027 te vinden waaruit blijkt of er een aanvraag ligt, voor welk bedrag en onder welke regeling.
Dat betekent niet dat Kwaku geen aanvraag heeft gedaan. Maar de timing valt wel op. Op 22 september spreekt het stadsbestuur over vertrouwen in een terugkeer, terwijl de financiële uitwerking voor de buitenwereld nog niet zichtbaar is.
En een nieuwe vorm betekent waarschijnlijk ook een nieuwe begroting. Minder weekenden, een andere schaal, een andere organisatie of een andere manier om inkomsten en kosten in balans te brengen: daar moeten de oplossingen vandaan komen.
Wie krijgt straks de schuld?
Als Kwaku in 2027 niet terugkomt, zal uiteindelijk de vraag worden gesteld waarom het niet is gelukt. Was er onvoldoende geld? Was de nieuwe organisatie niet op tijd rond? Had de gemeente eerder duidelijkheid moeten geven? Of bleek een nieuwe formule financieel niet haalbaar?
Het kan een combinatie van factoren zijn. Het is daarom te vroeg om nu al iemand verantwoordelijk te stellen.
Maar de tijd begint wel te dringen.
Iedereen wil Kwaku terug. Alleen: willen is nog geen plan, en enthousiasme betaalt geen begroting.
```